Woensdagmiddag

2016

Laatste nachtdienst gehad, dus geslapen tot 12 uur en begonnen aan de dag. Mijn zoontje leg ik na het broodje in bed en dochter blijft beneden spelen. Wat hou ik toch van ze, ook al kan ik ze af en toe ook weleens achter het behang plakken. De liefde is onvoorwaardelijk, het blijven toch je kinderen. Rond 14.15 uur gaat de pager af. Mijn partner en ik zijn beiden vrijwilliger bij de Egmondse Reddingsbrigade en partner is daarnaast ook opstapper bij de KNRM station Egmond. Als vrijwilliger van de alarmploeg ben je 24 uur per dag, het hele jaar inzetbaar voor deze club. De alarmering die we nu krijgen is zowel voor de reddingboot van de KNRM als voor de Reddingsbrigade. Dit is niet goed, voel ik. Als deze eenheden tegelijk worden gealarmeerd betekent dit meestal een zwemmer in problemen of een zoekactie op het water.

We overleggen vlug en we beslissen dat partner naar de KNRM gaat. Ondertussen bel ik mijn schoonvader voor de kinderen, want ik moet ook weg. Met dit soort acties hebben ze zoveel mogelijk mensen nodig om in te kunnen zetten. Mijn schoonvader zegt dat hij er meteen aankomt. Na 15 jaar vrijwilligers te zijn, is onze familie al ingesteld op dit soort telefoontjes en weten ze wat er wordt verwacht. Ik vertel tegen mijn dochter van vier dat ze even TV mag kijken en dat opa er zo aan komt. ‘Ga maar mam!’ zegt ze. Een moeilijke beslissing, een kind van vier alleen thuis laten en een zoontje in bed. Maar je wilt ook graag bijdragen aan een actie waarin iedere seconde telt; mensen redden.

Het duurt hoogstens 5 minuten voordat opa er is, dus ik neem het besluit op een fiets te springen en naar het strand te gaan. Aangekomen op het strand ren ik naar de strandpost. Ik bel tegelijkertijd mijn schoonvader om te vragen of hij al bij de kinderen is. Hij zit bij haar op de bank, zegt hij. Mooi, daar hoef ik me geen zorgen om te maken. Ondertussen is het hard gaan regenen. Ik zie de Reddingboot van de KNRM net gelanceerd worden. Ik ren de strandpost op en vraag wat ik kan doen. Iedereen is druk bezig met het klaarmaken en te water laten van boten. Wat ik om me heen hoor is dat er iemand is vermist in het water. Ze hadden hem tien minuten geleden nog in zicht met een groepje vrienden en zagen hem zo verdwijnen. Het groepje vrienden is hem ook daadwerkelijk kwijt. Dit is dus menens, voel ik.

Mijn maag keert om en de angst slaat toe. Het gebeurt regelmatig dat we worden gealarmeerd voor een zoekactie omdat iemand iets in het water heeft aangezien voor een zwemmer die later verdwijnt. Aangezien we een zeehond voor de kust hebben zwemmen die erg aan Egmond is gehecht, is dit meestal de boosdoener. Maar vandaag niet… Vandaag zoeken we echt iemand. En we gaan er alles, maar dan ook alles aan doen om deze persoon te vinden. Er komen ontzettend veel leden druppelsgewijs de strandpost op rennen en dragen allemaal hun steentje bij. Boten worden te water gelaten, ambulances worden opgevangen en de waterscooter is op het water aan het zoeken. De trekker rijdt heen en weer om te helpen zoeken. Ik help de boten te water en ga daarna zeiknat in het terreinvoertuig zitten van de Egmondse Reddingsbrigade. Tot dat moment zit de hoofdstrandwacht van die dag alleen in de wagen. Ik doe de deur open en zie zijn opgeluchte blik: ‘Ik ben zo blij dat je er bent!’ zegt hij.

Het is ook logisch. Er waren twee strandwachten aanwezig op de strandpost op het moment dat ze de drenkeling zagen verdwijnen. Op dat moment gaat er dus één strandwacht meteen de zee in voor een reddingspoging. De ander schaalt de boel op. Het is moeilijk om verantwoordelijk te moeten zijn voor het strand en je binnen 10 seconden in zessen te moeten splitsen. Je moet redden, je moet assisteren, je moet opschalen en je bent vraagbaak voor alle leden die niet weten waarom ze zijn gealarmeerd. Door de bomen zie je dan soms het bos niet meer. Dus ook in dit geval. Ik ga naast hem zitten: ‘Oke, vertel me wat je weet…’ Hij begint te vertellen dat hij de alarmploeg heeft opgeroepen, dat hij de traumahelikopter heeft zien landen. Dat de reddingboten inclusief KNRM te water liggen en dat het Kusthulpverleningsvoertuig van de KNRM ook op strand is aangekomen om te helpen zoeken.

Hij heeft compleet gemist of er al ambulances zijn en kan even niet meer bedenken wat de volgende stap is. ‘Oke, de actie op het water is gestart, heel goed. Laten we naar het voertuig van de KNRM rijden en een plan opstellen’, hoor ik mezelf zeggen. Deze samenvatting lijkt weer wat ruimte in zijn hoofd te geven en we rijden naar het Kusthulpverleningsvoertuig van de KNRM. Daar staat ambulancebemanning naast die zij onderweg op de hoofdstrandafgang hebben opgepikt. Deze hulpverleners geven aan dat er een tweede ambulance staat te wachten op de hoofdstrandafgang. Onze taak is duidelijk en we rijden meteen naar de opgang om de tweede ambulance op te halen. Onderweg komen we ze al tegen, want ze zijn al een stukje het strand op komen lopen. Ze stappen in en we brengen ze naar hun collega’s. Ze stappen uit en wij rijden met de auto een stukje door om een zoekslag te maken op het strand. Je hoopt de betreffende zwemmer daar namelijk wandelend tegen te komen, om dan te kunnen concluderen dat het met een sisser is afgelopen. Op datzelfde moment horen we overal geschreeuw dat er iets is gevonden…. ‘Ze hebben iemand!’ roept iedereen naar elkaar.

In het eerste deel van de zee, het zwin, zie ik één van onze leden van de waterscooter met een levenloos persoon in zijn armen staan. Hij probeert zijn hoofd boven water te houden, het is een rotgezicht. Shit! Dit is echt, dit is echt, dit is echt. Met een noodgang rijden we ernaartoe, de persoon moet zo snel mogelijk naar de kant en behandeld worden. Al rijdend stap ik uit het voertuig en ren naar onze collega’s toe. De Reddingboot van de KNRM komt langszij en er springt iemand af om te helpen met tillen, het is mijn partner… Met z’n tweeën slepen ze hem naar de kant. Ze leggen hem neer op het strand, ik kniel naast hem neer. Die seconden lijken een eeuwigheid te duren. Partner en ik kijken elkaar aan. Ik zie hier een jonge jongen liggen, een jaar of 14 schat ik. Dit meen je niet….

Ik begin met beademen, mijn partner start daarna met hartmassage. De ambulancebemanningen komen meteen ter plaatse en starten de behandeling. Ze doen er alles aan deze jongen te redden. Gelukkig stond alles klaar en kan iedereen meteen aan het werk. Ik stap achteruit en laat de deskundigen het overnemen. Het waait hard, we maken van het Kusthulpverleningsvoertuig een windscherm. Het terreinvoertuig van de Reddingsbrigade zetten we uitrukgereed, zodat als ze willen vervoeren dit meteen mogelijk is. De overige leden zijn met de boten aan de wal gekomen en maken een cirkel om het incident heen om mensen op afstand te houden. Iedereen is met man en macht bezig de jongen te redden. Je ziet de verslagen gezichten, dit keer was het echt… we hebben hem gevonden…. Hopelijk op tijd… Ze gaan vervoeren, we maken met z’n allen alles klaar en rijden met de patiënt naar de ambulance op de hoofdstrandafgang. Daar tillen we hem over naar de brandcard van de ambulance. De patiënt wordt naar het ziekenhuis vervoerd. De politie checkt de route en laat alles afzetten.

Wat een samenwerking. Nu zit het erop. We gaan allemaal terug naar de post, de KNRM terug naar het station. Alle betrokken leden onrustig voortbewegend, vol met adrenaline. Tijd voor een evaluatie. Iedereen mag zijn zegje doen -wie heeft wat gedaan. Sommigen hebben het gevoel rond te hebben gerend als een kip zonder kop, om maar wat te kunnen doen. Maar nu vallen alle puzzelstukjes in elkaar. Iedereen had zijn taak en deze taak heeft tot deze samenwerking geleid, en heeft gemaakt dat we hem gevonden hebben. De actie heeft drie kwartier geduurd, inclusief behandeling en de rit naar het ziekenhuis -supersnel-maar het leek een eeuwigheid te duren.

We evalueren van minuut tot minuut, alle plaatjes compleet. Het is klaar. De leden gaan naar huis. Met een ervaring erbij. Een ervaring die de één beter kan verwerken dan de ander. De één wilt het graag delen, de ander verwerkt het liever zelf. Je bent vrijwilliger geworden voor het redden van mensen. Maar op het moment zelf twijfel je mogelijk weleens wat je jezelf eigenlijk aandoet. Met de conclusie dat we iets doen wat het verschil maakt, help je jezelf daar weer bovenop. Een rollercoaster, een adrenalineboost die nog dagen voortduurt. De beelden die nog iedere keer aan je netvlies voorbij komen. Die jonge jongen op dat strand, de gedachten aan het gezin, de ouders, die hem mogelijk ook weleens achter het behang konden plakken, maar met net zo’n onvoorwaardelijke liefde, omdat het hun kind is.

 

Verhaal ingezonden door Reddingsbrigade Egmond.

Meer van Uitgelichte verhalen

1953
178

Watersnoodramp

In de nacht van ... Lees meer >
1999
178

Tims redding door de Schevenin...

Rotterdam, 27-10-2017 Toen onze ... Lees meer >
2003

Zomer 2003

Al van jongs af ... Lees meer >
2007
178

Officiële striping

Naar aanleiding van de ... Lees meer >
2016
178

Woensdagmiddag

Laatste nachtdienst gehad, dus ... Lees meer >